Congregatie Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën

Toen de Foere  na zijn ontslag uit de gevangenis op 20 maart 1819 terug in Brugge kwam, komen de heren van het Hospice aankloppen met de vraag om medewerking voor de uitbating van de stedelijke wezenschool, “De arme Maegdekens” in de Nieuwe Gentweg.  Vijf zusters worden naar de wezenschool gestuurd tot de “onzalige wetten van Frère Orban” in augustus 1883 er een eind aan stellen.  De politiek wil zomaar komaf maken met het katholiek onderwijs.  De weesjes worden, naar de woorden van het volk, in hun hemd op straat gezet.  Gelukkig zijn er achtbare families bereid deze meisjes op te nemen als dienstpersoneel.  Ook de zusters worden de straat opgejaagd.  

Maar dan : een gelukkig toeval …. De Zusters Maricolen, die de school “Louisa-Maria”, in de Paalstraat leiden, worden naar het moederklooster teruggeroepen.  E.H. Leuridan, pastoor van de parochie Sint-Salvator kijkt uit naar een andere groep zusters om de school in handen te nemen… De school is blijven bestaan tot 1971 … ze is zelfs uitgegroeid tot secundair onderwijs met reeds in 1911 een middelbare afdeling.  Ook het minderbegaafde kind is aan zijn trekken gekomen in de beroepsafdeling snit en naad.  Beide secundaire scholen in de Paalstraat maken in de zestiger jaren een spectaculaire groei mee : er komt een nieuwe vestigingsplaats in de Doornstraat te Sint-Andries.

In 1954 heeft de Congregatie Zusters Onze-Lieve-Vrouwe-Hemelvaart zich aangesloten bij de Zusters Apostolinnen. Moeder Amanda, algemene overste, heeft die beslissing genomen.  De kloostergemeenschap is in de Paalstraat blijven wonen tot juli 1971.  Samen met de Congregatie Zusters Apostolinnen maken ze de fusie met de Zusters O.L.Vrouw van 7 Weeën in 1964.

zuster_onze-lieve-vrouw-7-weeen
spinnewiel_hof-bladelin-brugge

Voor de Zusters Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën begint het te Ruiselede in 1688, in beroerde tijden.  De pas voorbije oorlogen hebben een spoor van verwoesting nagelaten.   Ignatius De Plancke, pastoor van Ruiselede, en Elisabeth Van Hulle, eveneens van Ruiselede, nemen het initiatief.  Joanna Keersgieters, Petronella Goemaere en Godelieve Mollijn vormen met Elisabeth de eerste kleine gemeenschap : “de Verghaederinghe van Gheestelycke Dochters”.  Spinnen is de voornaamste bezigheid van de landelijke bevolking en ook van deze gemeenschap om te voorzien in eigen levensonderhoud.  Deze activiteit bezorgt de communiteit de naam van “Spinhuis”.  Meteen wordt ook de basis gelegd voor de grote apostolaatswerken : christelijke opvoeding en onderwijs, zieken- en bejaardenzorg.  De zusters-spinnersen kiezen voor de zwakken … en gaan de zieken aan huis verzorgen, zelfs de meest besmettelijke ziekten kunnen hen niet weerhouden.  Een kostschool wordt opgericht in 1728.  Onder Franciska Daneels wordt in de jaren 1774 tot 1788 een nieuwe refter in het klooster te Ruiselede gebouwd, een ziekenhuis, een school en een nieuwe schuur.  De uitgebreide hovingen worden met een muur omheind.   Vanaf 1794 wordt Vlaanderen bezet door de Fransen, voor een periode van 20 jaar met de invoering van anti-godsdienstige wetten zoals de afschaffing van de kloosters.   Op 7 mei 1799 wordt de overste samen met haar 27 medezusters met geweld uit het klooster verdreven, ze krijgen ook verbod om samen te wonen.  Het begonnen dienstwerk naar de gemeenschap wordt echter verdergezet, de zusters blijven met elkaar in contact.   Het spinhuis wordt te koop gesteld,  en bataljon soldaten wordt er ook gekazerneerd.   Met het afsluiten van het Concordaat in 1801 tussen Paus Pius VII en Napoleon groeit er nieuwe hoop.  De naam O.L.Vrouw van 7 Weeën wordt voor het eerst gebruikt in 1811.  In oktober 1803 kan Catharina ‘t Kindt haar eigen Spinhuis terugkopen op een openbare verkoping te Brugge voor de som van 9000 F.  Heel het geldelijk bezit van de gemeenschap bedraagt 9248 F ….  Op 2 november betrekt Zuster ‘t Kindt de gebouwen opnieuw met zes van haar medezusters.  Voor eigen levensonderhoud en om de armen te kunnen helpen installeren de zusters nu naast spinnewielen ook weefgetouwen.  Mgr. Franciscus Boussen geeft op 22 augustus 1835 zijn goedkeuring aan de regel van de zusters, op 16 mei 1836 wordt de congregatie bij Koninklijk Besluit een rechtspersoonlijkheid.  Hierdoor kunnen ze legaten aanvaarden en kunnen ze een kapel bouwen die op 8 oktober 1839 klaar is.   In 1842 wordt E.H. Carolus Doom pastoor te Ruiselede en geestelijk directeur van de zusters.  Hij verbouwt het oude spinhuis, het wordt drie tot vier keer groter en onder hem kiezen de zusters voor de professie : op 21 november 1844 leggen ze de drie geloften af en ze nemen een kloosternaam aan.   Ze mogen voortaan ook het kloosterkleed dragen : de zwarte kleur wordt behouden.  Op de borst dragen ze een koperen kruis en aan de gordel het rozenhoedje van O.L.Vrouw van smarten. De proeftijd duurt twee jaar en in 1846 wordt de congregatie definitief erkend.  Onder impuls van pastoor Doom wordt er gebouwd : een eerste tehuis voor gebrekkige bejaarden, een onderkomen voor weeskinderen en een totaal nieuw pensionaat.  Deze grootse plannen kunnen uitgevoerd worden dankzij de steun van de familie Van Der Wee, die een aanzienlijk fortuin bezitten.

In 1954 treedt de Congregatie Zusters H. Vincentius Avelgem met vijfentwintig zusters en drie huizen toe tot de Zusters van Ruiselede.  In 1964 spreken dus ook de Zusters Apostolinnen samen met de Zusters O.L.Vrouw-Hemelvaart zich uit voor een fusie met de zusters, negenentachtig religieuzen gespreid over negen huizen.  In 1962 vertrekken een vijftal zusters naar de missiepost Mufunga in Zaïre. De zusters hebben in 1991 de VZW Bejaardenzorg O.L.V.  van 7 Weeën opgericht. Op die manier werden zeven bejaardenvoorzieningen ondergebracht in één rechtspersoon, die later in VZW Curando werd herdoopt. 2013 was een jubileumjaar :  325 jaar Zusters Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën in Ruiselede.

In 2018 werd onder zr. Christianne Decraene, Algemeen Overste en kan. Patrick Degrieck, Algemeen Directeur, Leerstoel Priester de Foere ingesteld, waarbij de nadruk wordt gelegd op de studie en het wetenschappelijk onderwijs in verband met de bewaring van de religieuze en spirituele erfenis van de zustercongregatie, geheel in de spirit van EH de Foere.  De Zusters van OLV van 7 Weeën hebben zich altijd ingezet – en zullen dat ook blijven doen – voor het religieuze leven in Vlaanderen en zijn daarbij trouw gebleven aan hun eigen roeping.  De reflectie over dit religieuze leven is voor hen dan ook een belangrijke en blijvende opdracht.

Het hof Bladelin werd als kloosterhuis door de zusters bewoond tot 2020. Opnieuw onder  zr. Christianne Decraene, Algemeen Overste en kan. Patrick Degrieck, Algemeen Directeur werd er beslist en gewerkt aan de ontsluiting van het historische pand.